Terug naar alle berichten

Hoe werkt energiemonitoring met slimme meters?

Van slimme meter naar online energiemonitoring

Bij energiemonitoring worden meetgegevens uit je slimme meter beschikbaar gemaakt in een online omgeving. Daar bekijk je verbruik en teruglevering over de tijd. Voor een adviseur of beheerder met meerdere gebouwen helpt dit om afwijkende locaties te vinden en nader te onderzoeken.

De meetfrequentie en de snelheid van levering zijn verschillende zaken. Via de gebruikelijke P4-route ontvang je elektriciteitsgegevens per kwartier en gasgegevens per uur achteraf. Een lokale P1-uitlezing gebruikt aanvullende apparatuur en kan actuelere gegevens leveren. Welke route past, hangt af van je vraag en de beschikbare koppeling. Zie de uitleg over uitleesroutes van het PBL.

Wil je deze gegevens voor meerdere gebouwen gebruiken? Bekijk hoe zakelijke energiemonitoring wordt ingericht.

Wat meet een slimme meter?

Een slimme elektriciteitsmeter registreert afname en, waar van toepassing, teruglevering op de aansluiting. Een gasmeter registreert gasverbruik. De gegevens kunnen via een ondersteunde datakoppeling worden opgehaald, met de benodigde toestemming voor toegang.

Een hoofdmeter meet het totaal op de aansluiting. Je ziet daarmee niet automatisch hoeveel iedere warmtepomp, laadpaal of andere installatie afzonderlijk gebruikt. Daarvoor zijn aanvullende meetgegevens nodig, bijvoorbeeld van een tussenmeter of een beschikbare apparaatkoppeling.

Ook teruglevering is niet hetzelfde als totale zonneproductie: een deel van de opgewekte stroom kan direct in het gebouw worden gebruikt.

Wat kun je als adviseur of gebouwbeheerder onderzoeken?

Vergelijk werkdagen met weekenden en kijk naar verbruik buiten openingstijden. Een terugkerend nachtpatroon kan aanleiding zijn om bedrijfstijden of installaties te controleren. Het patroon laat zien wanneer nader onderzoek zinvol is; het bewijst nog niet welk apparaat de oorzaak is.

Bekijk vervolgens of dezelfde afwijking bij andere gebouwen voorkomt. Gebruik daarvoor vergelijkbare perioden en houd rekening met de functie en bezetting van het gebouw. Lees hoe je energiedata analyseert voordat je een maatregel kiest.

Hoe ga je van een signaal naar een maatregel?

Kies één afwijking, controleer eerst de meetdata en bespreek de mogelijke oorzaak met de gebouwbeheerder. Leg vast welke instelling of werkwijze wordt aangepast. Vergelijk daarna passende perioden en noteer veranderingen in weer, bezetting en gebruik.

Zo kun je beoordelen of de maatregel effect heeft. Inzicht alleen verlaagt het verbruik niet. Ook een verschuiving naar een ander tijdstip is pas financieel zinvol als dat past bij je energiecontract en de bedrijfsvoering.

Welke afspraken maak je over toegang tot meetdata?

Leg vast wie toestemming geeft voor het ophalen van de gegevens, welke locaties worden aangesloten en wie de data mag bekijken. Vraag je leverancier hoe toegang wordt beheerd en hoe je een koppeling beëindigt. Deel geen klant- of meetgegevens met partijen die deze niet nodig hebben.

De benodigde autorisatie verschilt per bron. In het stappenplan voor het koppelen van slimme meters zie je welke gegevens je vooraf verzamelt.

Meetdata samenbrengen met MeterInsight

MeterInsight verbindt meter- en sensordata met analyses en rapportages op meter-, gebouw- en portefeuilleniveau. De beschikbaarheid en actualiteit hangen af van de meetbron en de koppeling. Bekijk de mogelijkheden voor energiemonitoring.