Terug naar alle berichten

Welke energiebesparingen zijn realistisch met een monitoring systeem?

Een monitoringsysteem belooft geen vast besparingspercentage, en dat doen wij ook niet. Wat het wel doet: het maakt specifieke patronen in je verbruik zichtbaar, zoals verbruik buiten openingstijden of een piek die je gecontracteerde vermogen bepaalt. Of dat tot besparing leidt, hangt af van je gebouw, van wat er al eerder is onderzocht en van wie de bevinding daadwerkelijk oppakt.

Deze pagina beschrijft wat je met monitoring kunt vinden, welke voorwaarden daarbij horen en hoe je zelf inschat wat voor jouw gebouw realistisch is.

Waarom we geen vast besparingspercentage noemen

Besparing is geen eigenschap van software. Het is het resultaat van een patroon dat in de meetdata zichtbaar wordt, gevolgd door een maatregel die iemand daadwerkelijk doorvoert. Twee gebouwen met exact hetzelfde monitoringsysteem kunnen daardoor heel verschillende uitkomsten hebben: het ene gebouw draaide al efficiënt, het andere had een klimaatinstallatie die al jaren ’s nachts doordraaide zonder dat iemand het zag.

Een percentage dat voor “de meeste bedrijven” zou gelden, zegt daarom weinig over jouw situatie. Hetzelfde geldt voor een algemene terugverdientijd: die hangt volledig af van wat je vindt en van wat de maatregel kost, niet van een vaste verhouding. Bruikbaarder is te weten wát er zichtbaar wordt en welke voorwaarden bepalen of dat voor jouw gebouw geldt.

Wat een monitoringsysteem zichtbaar maakt

Concreet maakt monitoring een aantal patronen zichtbaar die de moeite van onderzoeken waard zijn:

Wat bepaalt of jouw gebouw hier iets te vinden heeft

Niet elk gebouw heeft evenveel ruimte om te vinden. Een paar factoren bepalen dat:

Zonder een van deze voorwaarden levert monitoring nog steeds inzicht op, maar minder specifiek: je ziet dan dát het verbruik afwijkt, niet meteen waar of waarom.

Van bevinding naar maatregel: wie beslist er?

Een afwijking in de meetdata is een aanleiding voor onderzoek, geen bewijs van verspilling en al helemaal geen besparing op zich. Iemand moet de bevinding oppakken, de oorzaak vaststellen en een maatregel kiezen: meestal de technisch beheerder, soms een energieadviseur die de rapportage erbij pakt.

Stel dat een kantoorpand ’s nachts nagenoeg hetzelfde verbruikt als op een gewone werkdag, terwijl het pand dan leegstaat. Dat verschil valt op in de meetdata, maar zegt nog niets over de oorzaak: het kan een klimaatinstallatie zijn die niet afschakelt, een verlichtingsregeling die verkeerd is ingesteld, of onderhoudswerk dat toevallig samenviel met de meetperiode. Dit is een fictief voorbeeld ter illustratie; de echte oorzaak blijkt pas na onderzoek ter plaatse.

Onze software ontsluit, analyseert en rapporteert de meetdata die dat onderzoek mogelijk maakt. Wij sturen geen installaties aan en nemen de beslissing niet voor je: dat blijft bij de technisch beheerder of de eigenaar van het gebouw. Onze rapportages kunnen behulpzaam zijn wanneer je een genomen maatregel moet onderbouwen, bijvoorbeeld richting een energieadviseur, maar wij voeren zelf geen keuring of compliance-beoordeling uit.

Hoe werkt een energiemonitoringsysteem in de praktijk?

Een energiemonitoringsysteem bestaat uit verschillende onderdelen die samen een compleet beeld geven van je energieverbruik. De basis wordt gevormd door slimme meters en tussenmeters die geplaatst worden bij belangrijke verbruikspunten in je gebouw of productieomgeving.

Deze meters verzamelen continu gegevens over het energieverbruik en sturen deze door naar een centraal platform. Daar worden de gegevens verwerkt, geanalyseerd en visueel gepresenteerd in dashboards: grafieken die het verbruik per uur, dag, week of maand tonen, of vergelijkingen tussen afdelingen en gebouwen.

Wat dit soort platforms waardevol maakt, is de mogelijkheid om verschillende datasets te combineren. Zo kun je bijvoorbeeld gasverbruik analyseren in relatie tot buitentemperatuur, of elektriciteitsverbruik koppelen aan productievolumes. Zo herken je patronen die met het blote oog niet zichtbaar zouden zijn. Alarmen waarschuwen je bij onverwachte veranderingen in verbruik, zodat je niet zelf continu hoeft te kijken.

Waar zit doorgaans het grootste verbruik?

Om te bepalen waar onderzoek het meest oplevert, helpt het te weten welke categorie doorgaans het grootste deel van het verbruik vormt. In een kantoorgebouw is dat meestal klimaatbeheersing: verwarming, ventilatie en airconditioning, met verlichting en IT-apparatuur daarna. In een productieomgeving ligt dat anders: daar bepaalt de productieapparatuur vaak het grootste deel, met klimaatbeheersing en verlichting als kleinere posten.

Monitoring laat zien hoe dat er in jouw specifieke gebouw uitziet, en op welk moment dat verbruik plaatsvindt: alleen tijdens bedrijfstijd, of ook daarbuiten.

Zo schat je zelf in wat realistisch is voor jouw gebouw

Je hoeft niet te wachten op een algemeen percentage om een eerste inschatting te maken. Loop deze punten na in je eigen meetdata:

  1. Vergelijk je nachtverbruik met je daggemiddelde. Is er nauwelijks verschil, terwijl het gebouw dan leegstaat?
  2. Zet twee vergelijkbare locaties naast elkaar: dezelfde functie, vergelijkbare oppervlakte. Wijken ze sterk van elkaar af?
  3. Vergelijk dezelfde periode een jaar terug, gecorrigeerd voor het weer. Is het verbruik gestegen zonder duidelijke reden?
  4. Controleer je kwartierprofiel op pieken die je gecontracteerde vermogen bepalen.
  5. Ga na of deze punten al eerder zijn onderzocht, en of de uitkomst destijds is doorgevoerd. Zie welke energie-KPI’s je hiervoor kunt gebruiken om de vergelijking herhaalbaar te maken.

Zie je op een of meer van deze punten verschil, dan heb je een concrete aanleiding voor onderzoek. Zie je geen verschil, dan is dat ook waardevolle informatie: op deze punten draait het gebouw al efficiënt.

Meetdata geeft je dit overzicht; de beslissing en de uitvoering blijven bij jouw team. Lees ook wat het verschil is tussen energiebesparing en energiebeheer, of bekijk ons overzicht van energiemonitoring voor de bredere context.